Omdat we de woorden van de Here Jezus in Markus 10:14 als uitgangspunt nemen, leggen we geen kind een duimbreed in de weg. Alle kinderen mogen door ouders, of plaatsvervangende verzorgers, in het midden van de gemeente bij God gebracht worden.
Het spreekt voor zich dat de verantwoordelijken (maar de verantwoordelijke kan ook één ouder of verzorger zijn) trouwe bezoekers van de gemeente zijn, omdat zij hun kind geloofstrouw in alle dingen willen voorleven.
Als één van de ouders van een kind ongelovig is, kan het toch opgedragen worden. Ook de niet-gelovige partner mag tijdens de opdrachtdienst naar voren komen, als hij of zij met de christelijke opvoeding instemt.
De leeftijd van een kind dat wordt opgedragen is aan geen grens gebonden. Maar als een kind er zelf geen prijs op stelt, kan het niet tot opdragen gedwongen worden.