Bij een ziekenzalving wordt door enkele oudsten van de gemeente, en de aanwezige vrienden en familieleden voor een zieke gebeden. De zieke tijdens de bijeenkomst met olie gezalfd. De zalving met olie is een symbool van genezing. Olie werd vroeger gebruikt om wonden te verzachten en zo te helpen genezen (Lukas 10:34). Maar de zalving is ook een symbool van de aanwezigheid van Christus en de Heilige Geest (2 Korinthiërs 1:21-22). Wij bidden dat op het moment van zalving de Here Jezus door de Heilige Geest genezend in ons midden wil zijn.
Waar lezen we er over in de Bijbel?
We lezen in het evangelie van Markus dat de Here Jezus de discipelen uitzond, en dat zij vele zieken zalfden en genazen (Markus 6:13). Ziekenzalving behoorde dus bij de opdracht die de volgelingen van Christus moesten uitvoeren. Zo heeft de Heer het opgedragen. Het mag ons dan eigenlijk niet verbazen dat uit de brief van Jakobus (de broer van de Here Jezus) blijkt dat ziekenzalving in de vroege kerk nog steeds werd toegepast. Jakobus schrijft dat een zieke de oudsten van de gemeente bij zich kan roepen, "opdat zij over hem een gebed uit spreken en hem met olie zalven" (Jakobus 5:14). Wat eerst de apostelen deden, mogen nu de oudsten van de gemeente doen. De zieke is hiertoe niet verplicht - de zalving aanvragen is een mogelijkheid waarover men wel goed moet nadenken. Zogezegd berust de zalving op de vrije keuze van een zieke die in zijn lijden een beroep doet op de herders van de geestelijke kudde. Zij mogen vervolgens vrij gebruik maken van het recht tot zalving, alsof de Opperherder Zelf aanwezig is om het schaap te verbinden.
Lichamelijke genezing is evenwel geen doel dat op zichzelf staat. Jakobus laat dat ook zien. Hij schrijft: "En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt" (Jakobus 5:15b-16a). Lichaam, ziel en geest zijn met elkaar verbonden. De mens is één geheel. Daarom is het belangrijk dat de zieke zichzelf onderzoekt. Als hij of zij zich bewust is van zonden (die wel of niet verband houden met de ziekte), dan moet daarover met de oudsten gesproken worden. Ook zijn relaties met anderen moeten, waar mogelijk, open zijn. Juist dit zelfonderzoek is bij de voorbereiding van de zalving een zuiverend principe, en maakt veelal dat de ziekte in de beleving van de zieke in een nieuw of ander licht komt te staan.