 |
 |
Niet altijd - en dat ligt niet aan de zieke. Jakobus schrijft: "En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten" (Jakobus 5:15a). Letterlijk staat er: "het gebed des geloofs zal de zieke gezond maken" - dus de genezing staat in verband met het gebed van de oudsten. Zij dienen te bidden in geloof, dat wil zeggen in vertrouwen dat God het gebed "kracht verleent" (Jakobus 5:16b). Want zonder Gods bekrachtiging van het gebed zal de zieke geen baat bij de zalving hebben. Als de oudsten bidden in de verwachting dat God het gebed kracht verleent, zal God ook kracht geven. Maar de kracht manifesteert zich niet alleen in genezing. Ook voor het dragen van de ziekte is kracht en geduld nodig.
De apostel Paulus bad voor zichzelf om genezing, en God genas hem niet. In die worsteling spreekt God de woorden tot hem: "Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid" (2 Korinthiërs 12:7-9). Ook, en misschien wel juist in het accepteren van een ziekte, openbaart zich Gods kracht - niet alleen in de genezing, ofschoon we daar wel om mogen blijven bidden.